zaterdag 22 december 2012

De donkere kamer van Damokles

Over Willem Frederik Hermans

Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921, in het Diaconessenhuis te Amsterdam. In 1940 pleegden de zus van Hermans, op eenentwintig jarige leeftijd, en Piet Blind, met wie zij een geheime relatie mee had, zelfmoord. Hermans was toen achttien. In die tijd begon ook de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Deze traumatische ervaring en zijn gevoel van achterstelling en miskenning zijn waarschijnlijk van grote invloed geweest op de ontwikkeling van zijn schrijverschap. Verwijzingen van de zelfmoord van zijn zus komt in zijn boeken terug. Bijvoorbeeld in het boek 'De donkere kamer van Damokles' die we gelezen hebben heeft de hoofdpersoon in het begin van het verhaal ook een relatie met zijn nicht.

Hermans volgde zijn middelbare schoolopleidingaan het Barlaeus Gymnasium te Amsterdam. Zijn vader drong aan om in 1940 sociale geografie te studeren, maar in 1941 stapte hij over op de studie fysische geografie die hij op 9 april 1943 haalde. Hermans weigerde echter de loyaliteitsverklaring te tekenen, waardoor hij zijn studie moest staken. De loyaliteitsverklaring is een verklaring die studenten in 1943 moesten tekenen tijdens de bezetting van Nederland. In die verklaring moesten zij beloven dat ze zich zouden 'onthouden van iedere tegen het Duitse Rijk gerichte handeling'. Wie dat niet deed mocht geen college meer lopen. In 1953 werd hij benoemd aan het Rijksuniversiteit Groningen. Hermans promoveerde op 6 juli 1955 cum laude voor zijn proefschrift over aardlagen in de Ösling (Luxemburg).

Hermans werkte na de Tweede Wereldoorlog mee aan verschillende literaire tijdschriften, onder meer aan Criterium en Podium. Hierin werden delen van zijn eerste romans gepubliceerd die veel stof zouden doen opwaaien in het Nederlandse literaire wereldje en daarbuiten. Reeds tijdens de oorlog experimenteerde hij al veel met zijn drang tot schrijven. Hij trouwde op 4 juli 1950 met Emmy Meurs, een Surinaamse, met wie hij in 1955 een zoon kreeg genaamd Ruprecht. In 1952 werd hij vervolgd wegens een passage in Ik heb altijd gelijk, die beledigend zou zijn voor het rooms-katholieke volksdeel. Er volgde echter vrijspraak, omdat het om een uitspraak van een romanpersonage ging en niet van Hermans zelf.  In 1973 nam Hermans ontslag aan Rijksuniversiteit van Groningen. Hij vestigde zich als fulltime schrijver in Parijs. In het sleutelroman 'Onder professoren' nam Hermans wraak op zijn oude tegenstanders en het milieu dat hem uitgestoten had. Er zijn twee boeken uitgekomen die afrekenen met de stad Groningen en de universiteit daar, namelijk Uit talloos veel miljoenen (1980) en Ruisend gruis (1995).

In 1977 ontving hij in Brussel uit handen van de Belgische koning Boudewijn de Prijs der Nederlandse Letteren. Hermans zag dit als de belangrijkste en meest eervolle bekroning van zijn werk, vooral, omdat dit ook een blijk van waardering was in zijn geliefde België. Als kenner en liefhebber van de Franse taal en cultuur voelde hij zich in het Bourgondische België altijd erg thuis.

Hermans werk bestaat voornamelijk uit romans, korte verhalen, essays en filosofisch en wetenschappelijk werk. Ook heeft hij enkele gedichten en toneelstukken geschreven. Daarnaast geniet hij enige bekendheid als fotograaf en maker van collages. In 1957 werkte hij enige tijd als assistent bij de fotograaf Nico Jesse om ervaring op te doen in de fotografie. Zijn hobby was namelijk fotografie.

Willem Frederik Hermans stierf in 1995 in het Utrechts Academisch Ziekenhuis.



Willem Frederik Hermans
................................................................................................................

 
35 mm negatieven

 Amsterdams pand

Prins Hendrikskade

Een zilveren gulden

Hand geweer uit de tweede 
wereldoorlog

'De gele tram'

Oudezijds Voorburgwal anno 1940

Leica fotocamera

'North State Cigarettes'

Stengun
..............................................................................

Toelichting op
Foto's

De toelichting op waarom ik de foto's gekozen is simpel. Op de eerste foto zie je negatieven van een fotorolletje. In het verhaal ontwikkelt Osewoudt zulke rolletjes. De Leica camera die boven te zien is heb ik er ook tussen gedaan, want Osewoudt had die op zak in het verhaal. Net als het hand geweer. Ook zijn er boven foto's te zien van Amsterdam. Dit zijn zelfgemaakte kiekjes op één na, en dat is namelijk die van de Oudezijds Voorburgwal. Ik heb die foto's uitgekozen, omdat Osewoudt daar onder andere woonde en het verhaal zich daar ook vaak afspeelde.
Ook de gele tram komt vaak in het verhaal voor. Hij reisde veel door leiden en nam altijd de gele of blauwe tram.
De gulden heb ik uitgekozen, omdat Osewoudt die van Elly had ingenomen toen zij in Nederland arriveerden. Ook de advertentie van 'North State Cigarettes'heb ik ertussen staan, omdat er een bordje hing in zijn vaders winkel waar dat op stond.
En tot slot de Stengun waarmee Osewoudt om het leven wordt gebracht in het einde van het verhaal.

..................................................................................

verklaring titel

Het boek 'De donkere kamer van Damokles' heeft die titel gekregen, omdat Osewoudt  in het begin van het verhaal foto's ontwikkelt voor Dorbeck, en later ook bij Labare heeft hij foto's ontwikkelt. Maar dat is niet alleen de reden waarom de titel zo is. Ook is het zo omdat Osewoudt in een donkere cell gevangen zat.
Waarom het 'de donkere kamer van DAMOKLES' heet weet ik eigenlijk zelf niet aangzien dat de leraar is die alleen in het begin van het verhaal voorkomt
..................................................................................
Naschrift

'Ik kan hem zoeken als hij er niet is, maar hem niet ophangen als hij er niet is.
Men zou wel kunnen zeggen: "Dan moet hij er toch ook zijn als ik hem zoek."
- Dan moet hij er ook zijn als ik hem niet vind, en ook als hij helemaal niet bestaat.'

- Ludwig Wittgenstein

Dit motto past goed bij het boek, want in het verhaal moet Osewoudt allemaal opdrachten uitvoeren voor een man genaamd Dorbeck. Soms is Dorbeck er maar heel even en dan weer weg. Als je hem wilt zoeken weet je nooit waar hij is. Aan het eind van dit verhaal gaat Osewoudt ook Dorbeck maar vind hem dan uiteindelijk niet. Veel mensen geloofde Osewoudt niet, en dachten dat Dorbeck een verzonnen figuur was, maar hij bestond wel degelijk.



..................................................................................

Lofrede

Naar mijn mening is mijn lofrede niet echt een lofrede. Ik vond het boek namelijk erg langdradig. Soms was het verhaal wel meeslepend, en wat ik ook goed vond is hoe de personages gedetailleerd omschreven werden. Zo kon je, je echt een beeld schetsen over het verhaal. Maar ik vond dat dat er te weinig actie in het boek kwam. Hoe de schrijver zo langdradig situaties schetste verveelde me een beetje na een tijdje. En daarom vind ik zelf de lofrede van Claudia de Breij een beetje te enthousiast voor wat het was. Waar ik het wel eens mee was van de lofrede van haar is de zin in het boek, 'en hoe slecht dat zie je pas tijdens de Duitse bezetting'. Waarom ik dat zo een mooie zin vond is omdat ze in het boek achter de landverraders achteraan gaan. Voor de rest vond ik het boek wel oké.

Daniël Declercq
..................................................................................


Bronvermelding:

vrijdag 12 oktober 2012

Ridderliteratuur

Weblog #2


Ridderliteratuur

Bij de Ridderliteratuur/romans doet zich vaak epische verdichting voor. Epische verdichting houdt in dat de gebeurtenissen van diverse avonturen, van bijvoorbeeld Karel de Grote, wordt toegedicht. Bij de Karelromans gaan de verhalen meer over onderlingen gevechten tussen ridders. Ook zijn er de nieuwere hoofse verhalen ( vanaf ca. 1150). Een voorbeeld van die zijn de Arthurromans, waarbij het verwerven van een uitverkoren vrouw centraal staat. Arthurromans zijn voornamelijk populair aan de adellijke hoven. Vier onderwerpen waar Ridderromans over kunnen gaan zijn, waarin Karel de Grote een centrale rol speelt. Hier gaan de verhalen over onderlinge gevechten tussen ridders, en het veroveren van land en vrouwen. En Arthurromans, waarin een uitverkoren vrouw of de heilige graal centraal staat. Het verschil tussen Karelromans en Arthurromans zijn de onderwerpen van het verhaal. Zoals ik al eerder vertelde is het zo dat In Arthurromans dat een vrouw of de heilige graal het hoofd onderwerp is. Bij Karelromans zijn dat gevechten en en het veroveren van een gebied of vrouw.

Karelromans

File:Grandes chroniques Roland.jpgIn het verhaal Karel ende Elegast krijgt Karel de opdracht van een engel uit stelen te gaan. Zelf vind ik het raar dat Karel de opdracht krijgt van een engel. Karel ende Elegast behoort tot een Karelroman omdat in de tekst van Karel ende Elegast onderwerpen als, riddergevechten, en het trouwen van de weduwe wiens man is vermoord door de ridder, naar voren worden gehaald. Twee andere romans die tot Karelromans behoren zijn: Roelantslied, Vier Heemskinderen en dus ook Karel ende Elegast.
In het verhaal van Roelantslied Heb je twee ridders waarvan één trouw is aan keizer Karel en de ander juist ontrouw. De trouwe ridder Roelant die voor Karel heeft gevochten tegen de Basken had de strijd verloren. Over de verrader heb ik zelf niks kunnen vinden. Roelantslied is een Karelroman. De elementen in het verhaal die verwijzen dat het een Karelroman is zijn dat het verhaal voornamelijk een gevecht is tussen twee groepen ridders die vechten voor land. En ook dat er niks over vrouwen in het verhaal wordt verteld.

Fokke en Sukke

Als opdracht moesten we commentaar geven op de strip van Fokke ende Sukke. Ik zelf snap niet wat ze willen bereiken met de strip. Ik zie er simpelweg de grap er niet van in. Verder moesten we uitleggen wat een maliënkolder is. Een maliënkolder is in principe een pantser of harnas gemaakt van ringentjes. Maliën betekent metalen ringetjes. Kolder betekent vest.

Arthurromans


Ferguut alias De Ridder met het Witte Schild, was een zoon van een boer, maar zijn moeder was van de stand van adel. Hij wilde niets liever dan een ridder worden. Hij versloeg de zwarte ridder, en kreeg jonkvrouw Galiëne, en werd koning van een groot rijk.
De uitvinder van dit verhaal is waarschijnlijk afkomstig uit de zuidelijke Nederlanden, vermoedelijk uit het graafschap Namur of Luik.
In de tijd van de ridders kon je op verschillende manieren ridder worden. Die manieren staan ook in de tekst van Ferguut verwerkt. Je kon ridder worden op de volgende manieren: door een zoon van adel te zijn, of door een ridder te verslaan in een gevecht.

Films die gaan over ridder Arthur zijn: Knights of the Round Table (1953), Excalibur (1981), Sword of the Valiant: The Legend of sir Gawain and the Green Knight (1984) en King Arthur (2004).

De vier ridders die de hoofdpersonen speelden in de Arthurromans zijn, Arthur, Ferguut, Walewein en Lancelot.
Verder zijn kenmerken van hoofsheid is waardering hebben voor de vrouw, moedigheid, kracht en intelligentie. In het verhaal van Ferguur is het gedrag van hem onhoofs, want in het begin van het verhaal wijst hij de jonkvrouw Galiëne af.

Fragtment van Ferguut:
‘Segt mi, wat soekdi hier nu?’
Galiene sprac: ‘Ic come hier tu
Lief, u minne heft mi ghevaen;
Ghine troest mi, si sal mi verslaen,
U minne doet mi groten toren.

Er staat: Zeg me, wat zoekt u hier?’
Galiene sprak: ‘Ik ben hier gekomen,
schat, omdat uw liefde me heeft bevangen.
Als u me niet troost dan zal ze me doden,
want ze doet me veel verdriet.
Dit fragment sprak me aan, omdat het een typisch voorbeeld is van een Arthurroman.

zondag 30 september 2012

Sonny Boy




Weblog #1


Korte inleiding
Het boek dat ik voor me eerste weblog heb uitgekozen is Sonny Boy, dat is geschreven door Annejet van der Zijl. ik heb het boek gekozen, omdat het in huis lag.

Over het boek
Het boek dat ik gelezen heb is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal, en gaat over een Surinaamse student (Waldemar) die in Den Haag als kostganger intrekt in 1928 bij een gescheiden Hollandse vrouw (Rika) met vier kinderen. Als ze een halfjaar later zwanger van hem blijkt te zijn vertelt ze dat aan één van haar kinderen die direct wegloopt met zijn broertje naar zijn vader. Die alles eraan deed om voogdij over alle vier haar kinderen te krijgen wat hij uiteindelijk ook kreeg. In 1929 bevalt Rika van Waldy alias Sonny Boy. Ondanks armoede en discriminatie slaagt het stel er in de jaren die volgen een gelukkig bestaan op te bouwen. Ze verhuisden in 1932 naar het hart van Scheveningen waar ze hun ambities voor een pension waar maakte genaamd Pension Nods. Omdat Pension Nods zo goed draait, verhuisden ze naar de Gevers Deynootweg aan de zeekant ook in Scheveningen waar ze een nieuwe pension, Pension Walda, openenden. Alles bleek goed te gaan, totdat de Tweede Wereldoorlog begon. Rika en Waldemar werden uit Schevingen gezet, en begonnen een nieuw pension, dit keer in Den Haag. Ze besloten Joodse onderduikers kamers te verhuren. Wanneer op de 18e van januari 1944 er wordt geklopt aan de deur, en Waldy open deed, stormden de soldaten binnen. Waldemar, Waldy, Rika en de onderduikers worden opgepakt door de politie. De volgende ochtend werd Waldy weer begeleid naar de uitgang. Op 21 januari werden Waldemar en Rika ingesloten in de Deutsche Polizeigefängenis oftwel het Oranjehotel. Op 23 februari 1944 werd Waldemar naar Kamp Vught gestuurd. En op 10 mei volgde Rika.
Waldemar werd daarna naar concentratie kamp Neuengamme overgeplaatst. Ook Rika werd overgeplaatst naar concentratiekamp Ravensbrück. Rika bleef sterk maar stierf uiteindelijk in de strenge winter van 1945. Waldemar daarintegen is van de zinkende Cap Arcona ontsnapt, en heeft vier kilometer door de iets meer dan 6 graden koude Oostzee gezwommen. Toen hij uiteindelijk land bereikte is hij doodgeschoten door Duitse kind soldaten, twee dagen voor dat de oorlog afgelopen was.


Op het kaft van de boek (rechtst te zien, wat ook de filmposter is) is Waldemar ( de Surinaamse Student) te zien met Rika, en hun kind Waldy, alias Sonny Boy. Op de achtergrond zie je ook gevechtsvliegtuigen. Hierdoor weet je dat het verhaal ook grotendeels zich in de tijd van de Tweede Wereld Oorlog afspeelt. Ook zie je de zinkende boot Cap Arcona.


Mijn mening en verwachtingen

Ik had niet echt verwachtingen over dit boek, omdat ik het verhaal al in grote lijnen wist. Het boek dat ik gelezen heb, is een waargebeurd verhaal en ik vond het erg interessant om te lezen. Wat ik zo leuk vind van dit boek is dat ik een goed beeld kan schetsen van de situatie en locaties aangezien ik Nederland woon, maar ook vaak in Paramaribo ben geweest. Het verhaal vond ik zelf wel een goed verhaal. Je raakt er niet verveeld van, want het verhaal wordt goed omschreven, en er zijn ook foto's en brieven in het boek wat het nog leuker maakt om door te lezen. Soms staan er wel woorden in het boek waar je een brede woordenschat voor moet hebben om te begrijpen wat er staat, maar voor de rest  het boek leuk om te lezen.


Informatie over de auteur

Annejet van der Zijl (rechts te zien in beeld) is 6 april 1962 te Leeuwarden geboren. Ze groeide op is Friesland en volgde haar middelbare schoolopleiding aan het Christelijk Lyceum in Leeuwarden. Ze heeft in totaal vier boeken geschreven. Deze heten Jagtlust, Anna, Sonny Boy en Bernhard. Ze heeft in totaal vier prijzen gewonnen, namelijk de Zeeuwse Boekenprijs voor het boek Anna, de Littéraire Witte Prijs, de M.J. Brusseprijs voor het boek Bernhard en de Gouden Ganzenveer.
Zelf kende ik de schrijfster nog niet.